christenziel
Uiterlijk
- Geluid: christenziel (hulp, bestand)
- IPA: / ˈkrɪstə(n)ˌzil / (3 lettergrepen)
- chris·ten·ziel
- intensiverende samenstelling van christen zn en ziel zn [1] [2]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | christenziel | christenzielen |
| verkleinwoord | christenzieltje | christenzieltjes |
- (religie) onsterfelijk deel van iemand die gelooft in Jezus: het deel dat na overlijden naar de hemel of de hel kan gaan
- ▸ Ook stuurt hij hem naar zijn vriend Will, een zwarte dominee. 'Stel je voor: een jood die een flikker naar een nikker stuurt om zijn christenziel te redden.'[3]
- ▸ Geen theologant of steile reformant kan immers, hoe hij ook zijn best doet, godsvrucht ontlenen aan de R & R. De weerzinwekkende erotiek met Jaggers "Starfucker" en Chuck Berry's onverholen seksbeleven (om maar wat te noemen) zijn niet geschikt en ook niet geschreven voor de zuivere christenziel.[4]
- ook maar iemand (gebruikt in een ontkennende woordgroep als intensivering van niemand)
- ▸ Er is geen christenziel heinde of ver te zien. Het is hier wel mede de eenzaamste hoek.[5]
- in het meervoud christenzielen als krachtterm
- Het woord 'christenziel' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ christenziel op website: Etymologiebank.nl
- ↑
Weblink bron “De therapeut, de patiënt en sex” (28 juli 1990) op nrc.nl 
- ↑
Weblink bron Boudewijn Büch“De Satan geknecht : Rock and Roll artiesten op de fluwelen pantoffeltjes van het ware geloof” (7 juli 1984) op nrc.nl
- ↑
Weblink bron Chonia (ps. v. J.C. Kindermann)“De val van het laatste bolwerk der protestanten: La Rochelle in 1627.” (1853), Gebr. Muller, Den Bosch, p. 259 op Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 12
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Intensivering in het Nederlands
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Religie in het Nederlands
- Niet in Woordenlijst Nederlandse Taal