Naar inhoud springen

christenziel

Uit WikiWoordenboek
  • chris·ten·ziel
enkelvoud meervoud
naamwoord christenziel christenzielen
verkleinwoord christenzieltje christenzieltjes

dechristenzielv/m

  1. (religie) onsterfelijk deel van iemand die gelooft in Jezus: het deel dat na overlijden naar de hemel of de hel kan gaan
     Ook stuurt hij hem naar zijn vriend Will, een zwarte dominee. 'Stel je voor: een jood die een flikker naar een nikker stuurt om zijn christenziel te redden.'[3]
     Geen theologant of steile reformant kan immers, hoe hij ook zijn best doet, godsvrucht ontlenen aan de R & R. De weerzinwekkende erotiek met Jaggers "Starfucker" en Chuck Berry's onverholen seksbeleven (om maar wat te noemen) zijn niet geschikt en ook niet geschreven voor de zuivere christenziel.[4]
  2. ook maar iemand (gebruikt in een ontkennende woordgroep als intensivering van niemand)
     Er is geen christenziel heinde of ver te zien. Het is hier wel mede de eenzaamste hoek.[5]
  3. in het meervoud christenzielen als krachtterm
  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. christenziel op website: Etymologiebank.nl
  3. Bronlink geraadpleegd op 11 april 2025 Weblink bron “De therapeut, de patiënt en sex” (28 juli 1990) op nrc.nl op Wikipedia
  4. Bronlink geraadpleegd op 11 april 2025 Weblink bron
    Boudewijn Büch
    “De Satan geknecht : Rock and Roll artiesten op de fluwelen pantoffeltjes van het ware geloof” (7 juli 1984) op nrc.nl op Wikipedia
  5. Bronlink geraadpleegd op 11 april 2025 Weblink bron
    Chonia (ps. v. J.C. Kindermann)
    “De val van het laatste bolwerk der protestanten: La Rochelle in 1627.” (1853), Gebr. Muller, Den Bosch, p. 259 op Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren op Wikipedia