zielsgesteldheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ziels·ge·steld·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zielsgesteldheid
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

zielsgesteldheid v [1]

  1. de geestelijke toestand van iemand; de psychische toestand van iemand
     Niet altijd was ze gevoelig verzekerd van haar aandeel aan Christus. Met haar zielsgesteldheid ging het op en neer.[2]
     Het komt mij voor dat de relatie tussen mijn gemoedstoestand en mijn swipe- en typegedrag niet zo één-op-één is als zou moeten, om veel te kunnen zeggen over mijn zielsgesteldheid.[3]
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid


Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Bronlink Weblink bron B. Hooghwerff “Louise van Oranje beleefde gelukkige omkeer” (13-03-2018), Reformatorisch Dagblad
  3. Bronlink Weblink bron Prof. dr. Marc J. de Vries “Een ”thermometer van de ziel”” (14-03-2019), Reformatorisch Dagblad