zielsblij

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ziels·blij
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen zielsblij
verbogen zielsblije
partitief zielsblijs

Bijvoeglijk naamwoord

zielsblij

  1. (intensief) bijzonder verheugd
    • De zielsblije man kon nauwelijks uit zijn woorden komen. 

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders;
91 % van de Vlamingen.