zielenmis

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zie·len·mis
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zielenmis zielenmissen
verkleinwoord zielenmisje zielenmisjes

Zelfstandig naamwoord

zielenmis v/m

  1. (religie) een mis opgedragen voor een overledene
    • Om tien uur is er een zielenmis met gregoriaanse zangen. 

Gangbaarheid

65 % van de Nederlanders;
75 % van de Vlamingen.