zielenrust

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zie·len·rust
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zielenrust
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

zielenrust v/m [1]

  1. de rust en het geluk dat je ervaart als je leeft als een goed mens
    • Op de site van het gebeuren zie ik hoe pelgrims zich over elkaar heen storten om vervolgens maar het beeld van de maagd aan te kunnen raken want dat brengt geluk. Weinig zielenrust, wel heel veel plezier. Of heeft het één met het ander te maken?[2] 
  2. (religie) de rust van de overledene
    • Bij de plaats waar gisteren de 22-jarige Ömer Köksal werd doodgeschoten, worden langzamerhand steeds meer bloemen neergelegd. Jongeren bidden op straat voor de zielenrust van de jongeman. Niemand wil echt wat zeggen, behalve dat heb ’een goede jongen’ was. Ondertussen verbazen bewoners zich over wat er is gebeurd.[3] 
Synoniemen
Vertalingen


Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. de Telegraaf MARJOLEIN SCHIPPER 30 jan. 2016
  3. de Telegraaf 02 nov. 2017