putgalg

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • put·galg
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord putgalg putgalgen
verkleinwoord putgalgje putgalgjes

Zelfstandig naamwoord

putgalg v/m

  1. constructie boven een waterput die dient om een emmer in de put te laten zakken en weer op te hijsen
    • De putgalg begaf het en moest vervangen worden. 

Gangbaarheid

26 % van de Nederlanders;
27 % van de Vlamingen.