kuil

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kuil
enkelvoud meervoud
naamwoord kuil kuilen
verkleinwoord kuiltje kuiltjes

Zelfstandig naamwoord

kuil v/m

  1. een uitholling, een gegraven gat [1]
    Er zat een diepe kuil in de weg.
  2. een vangnet [2]
  3. het achterste deel van een sleepnet
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
kuilen

kuil

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kuilen
    Ik kuil.
  2. gebiedende wijs van kuilen
    Kuil!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kuilen
    Kuil je?
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. etymologiebank.nl


Indonesisch

kuil: tempel
Woordafbreking
  • ku·il
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

kuil

  1. (religie), (bouwkunde) tempel