poeslief

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • poes·lief
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen poeslief
verbogen poeslieve
partitief poesliefs

Bijvoeglijk naamwoord

poeslief [3]

  1. schijnbaar erg lief
    • Zij vroeg poeslief aan haar leraar of hij haar toch maar een voldoende wilde geven voor het proefwerk dat ze heel slecht gemaakt had. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen