kitten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kit·ten
enkelvoud meervoud
naamwoord kitten kittens
verkleinwoord kittentje kittentjes

Zelfstandig naamwoord

kitten m

  1. pas geboren kat

Zelfstandig naamwoord

kitten mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord kit
Verwante begrippen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
kitten
kitte
gekit
zwak -t volledig

Werkwoord

kitten

  1. (overgankelijk) met een kitmiddel aaneenlijmen of dichten

Werkwoord

vervoeging van
kitten

kitten

  1. meervoud verleden tijd van kitten
    Wij kitten.
    Jullie kitten.
    Zij kitten.


Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
kitten kittens

Zelfstandig naamwoord

kitten

  1. jonge kat.
  2. lamprei, jong konijn.