pose

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • po·se
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘houding’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1837 [1]
  • [1],[2] van Frans  pose zn  [2][3]
  • [3] variant van  poser zn 
enkelvoud meervoud
naamwoord pose poses
posen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

pose v

  1. bewust gekozen stand van het lichaam
    • Mirjam stond in dezelfde pose als het van neon vervaardigde meisje aan de gevel. [4]
    • Het vertrouwen in stilzitten en zich voordoen als een ding is wijd verbreid onder insekten, maar niet universeel, zoals ik laatst zag aan twee torretjes die 's avonds bij een lantaren het trottoir overstaken. Toen ik mij over ze heen boog en een vinger naar ze uitstak, marcheerde de een snel verder en ging aan de rand van een perk half onder een blad zitten; de ander hield dadelijk stil, en bleef consequent in zijn pose als ding ook wanneer ik tegen hem duwde. [5]
  2. (figuurlijk) manier waarop iemand zich voordoet
    • Het is van een grote eigenzinnigheid, ja, maar soms bekruipt je het gevoel dat het vooral veel buitenkant is, veel stijl, veel pose - zeker in contrast met haar broer. [6]
    • Van der Molen heeft door een gewichtige pose aan te nemen zijn onmacht willen maskeren. [7]
  3. (Jiddisch-Hebreeuws) munt van weinig waarde
Synoniemen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • geen pose hebben
    geen geld hebben, blut zijn

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Verwijzingen


Frans

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  pose     la pose     poses     les poses  

Zelfstandig naamwoord

pose v

  1. pose
Overerving en ontlening

Werkwoord

vervoeging van
poser

pose

  1. eerste en derde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (indicatif présent) van poser
  2. eerste en derde persoon enkelvoud tegenwoordige aanvoegende wijs (subjonctif présent) van poser
  3. tweede persoon enkelvoud gebiedende wijs (impératif présent) van poser


Spaans

Werkwoord

vervoeging van
posar

pose

  1. aanvoegende wijs eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van posar
  2. aanvoegende wijs derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van posar
  3. gebiedende wijs (bevestigend en ontkennend) derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van posar