Naar inhoud springen

epos

Uit WikiWoordenboek
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: e-pos
  • epos
  • Leenwoord uit het Grieks, in de betekenis van ‘heldendicht’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1824 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord epos epen, epossen
verkleinwoord eposje eposjes

heteposo

  1. (cultuur), (kunst), (dichtkunst) een verhaal of verhalend gedicht dat een historische of legendarische figuur beschrijft: heldendicht
     Het laatste wat ik met deze citaten uit het verleden beoog, is om anno 1998 een requisitoir te beginnen tegen de auteur van een Fries epos als Stiefmoeder Aarde, tegen de biograaf van Johan van Oldenbarnevelt en Spinoza.[2]
     Continenten en landen volgen elkaar op en de aarde voelt - niet klein, maar schier eindeloos verbonden, een epos in stromende verzen.[3]
90 %van de Nederlanders;
91 %van de Vlamingen.[4]
enkelvoud meervoud
naamwoord epos eposse / epe

epos

  1. (cultuur)(kunst)(dichtkunst) epos; een verhaal of verhalend gedicht dat een historische of legendarische figuur beschrijft

epos

  1. (cultuur)(kunst)(dichtkunst) epos; een verhaal of verhalend gedicht dat meestal een historische of legendarische figuur beschrijft

epos

  1. (cultuur)(kunst)(dichtkunst) epos; een verhaal of verhalend gedicht dat meestal een historische of legendarische figuur beschrijft

epos monbezield

  1. (cultuur)(kunst)(dichtkunst) epos; een verhaal of verhalend gedicht dat meestal een historische of legendarische figuur beschrijft

epos m

  1. (cultuur)(kunst)(dichtkunst) epos; een verhaal of verhalend gedicht dat meestal een historische of legendarische figuur beschrijft
  • Vergelijk met het Welsh ebol ("veulen"), Bretoense ebeul ("veulen") en het Ierse each ("paard").

epos m

  1. paard
  • epos

epos monbezield

  1. (cultuur)(kunst)(dichtkunst) epos; een verhaal of verhalend gedicht dat meestal een historische of legendarische figuur beschrijft