epos

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • epos
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Grieks, in de betekenis van ‘heldendicht’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1824 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord epos epen, epossen
verkleinwoord eposje eposjes

Zelfstandig naamwoord

epos o

  1. (cultuur), (kunst), (dichtkunst) een verhaal of verhalend gedicht dat een historische of legendarische figuur beschrijft: heldendicht

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders
94 % van de Vlamingen.

Meer informatie


Transalpijns-Gallisch

Woordherkomst en -opbouw
  • Vergelijk met het Welsh ebol ("veulen"), Bretoense ebeul ("veulen") en het Ierse each ("paard").

Zelfstandig naamwoord

epos m

  1. paard
    1. Chronologisch Woordenboek, Nicoline van der Sijs