kater

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ka·ter
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘mannetjeskat’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1297 [1]
  • Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘onaangenaam gevoel na dronkenschap’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1906 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord kater katers
verkleinwoord katertje katertjes

Zelfstandig naamwoord

kater m

  1. (zoogdieren) het mannetje van de kat
  2. het beroerde gevoel dat ontstaat na het gebruik van te veel alcohol
Synoniemen
Anagrammen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Papiamento

Zelfstandig naamwoord

kater

  1. veldbed