chatte

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • chat·te

Werkwoord

vervoeging van
chatten

chatte

  1. enkelvoud verleden tijd van chatten
    • Ik chatte. 
    • Jij chatte. 
    • Hij, zij, het chatte. 
  2. aanvoegende wijs van chatten

Meer informatie


Frans

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

chatte v

  1. (spreektaal) poesje, kutje [1]
  2. (spreektaal) mazzel, geluk
    «J’ai eu de la chatte de dégoter cette bagnole pour dix-mille balles.»
    Ik had de mazzel die wagen op de kop te tikken voor tienduizend piek. [1]

Verwijzingen