soep

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Een bord met soep.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • soep
enkelvoud meervoud
naamwoord soep soepen
verkleinwoord soepje soepjes

Zelfstandig naamwoord

soep v/m

  1. (voeding) een vloeibaar gerecht dat bereid wordt door bepaalde ingrediënten, met name groenten en/of vlees, met bouillon en veel water te koken
    • Na gisteren lasagne te hebben gegeten, eten ze vandaag soep. 
Hyperoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • er geen soep van kunnen maken
    er geen raad mee weten
  • in de soep draaien
    behandelen op een manier die tot mislukking leidt
  • in de soep lopen
    mislukken
  • niet veel soeps zijn
    weinig voorstellen (soeps is de genitief op -s)
Spreekwoorden
  • De soep wordt niet zo heet gegeten als hij wordt opgediend.
    Iets lijkt in het begin erger dan het is.
Overerving en ontlening
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie