pijnstiller

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pijn·stil·ler
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord pijnstiller pijnstillers
verkleinwoord pijnstillertje pijnstillertjes

Zelfstandig naamwoord

pijnstiller m

  1. (medisch) een middel dat de verschijnselen van een ziekte onderdrukt zonder de ziekte te genezen
    • Hij leefde bij gratie van de pijnstiller. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie