spierpijn

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • spier·pijn
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord spierpijn spierpijnen
verkleinwoord spierpijntje spierpijntjes

Zelfstandig naamwoord

spierpijn v/m

  1. (medisch) pijn in een spier
    • Doordat hij gister te lang had gesport had hij nu behoorlijk spierpijn. 
Synoniemen
Hyperoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be