pain

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
pain pains

Zelfstandig naamwoord

pain

  1. pijn


Frans

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
  • van het Latijnse panis (brood)
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  pain     le pain     pains     les pains  

Zelfstandig naamwoord

pain m

  1. brood
  2. (spreektaal) klap, vuistslag
    «Pendant une baston au bahut j’me suis mangé un pain
    Ik heb tijdens een ruzie op school een klap in mijn gezicht gekregen. [1]
  3. (spreektaal) spetter, stuk
    «Vise le pain qui rapplique avec son beau p’tit cul moulé dans son jean!»
    Kijk dat stuk eens dat daar aankomt met haar mooie strakke kontje in haar spijkerbroek! [1][2]
Schrijfwijzen

Verwijzingen