hoofdpijn

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hoofd·pijn
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord hoofdpijn hoofdpijnen
verkleinwoord hoofdpijntje hoofdpijntjes

Zelfstandig naamwoord

hoofdpijn v/m

  1. (medisch) pijn in het hoofd
    • Omdat ik al een tijdje last van hoofdpijn heb, ben ik gisteren aspirines gaan kopen. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie