kul

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kul
enkelvoud meervoud
naamwoord kul kullen
verkleinwoord kulletje kulletjes

Zelfstandig naamwoord

kul m

  1. (anatomie) (verouderd) teelbal
  2. onzin, voor-de-gek-houderij
    Dat is toch kul!
Afgeleide begrippen

Werkwoord

vervoeging van
kullen

kul

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kullen
    Ik kul.
  2. gebiedende wijs van kullen
    Kul!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kullen
    Kul je?


Afrikaans

stamtijd
infinitief voltooid
deelwoord
kul
gekul
volledig

Werkwoord

kul

  1. bedriegen, voor de gek houden
    «Só is ons gekul, getuig Morné Steyn se pa in hof.[1]»
    Zó zijn we bedrogen, getuigde de vader van Morné Steyn voor de rechtbank.
Verwijzingen
  1. Volksblad 6 juli 2010