neer

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • neer
Woordherkomst en -opbouw

Bijwoord

neer

  1. in benedenwaartse richting
    • Op en neer. 
  2. bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord.
    neerzetten: hij zette zijn bierglas neer op de tafel
Synoniemen
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
enkelvoud meervoud
naamwoord neer 1., 3.:neren
5.: nerot
verkleinwoord neertje neertjes

Zelfstandig naamwoord

neer v

  1. stroming die tegen de hoofdstroom ingaat waardoor draaikolken ontstaan
  2. (natuurkunde) naam voor één van de zes quarks waaruit elementaire deeltjes zijn opgebouwd
  3. (landbouw) (verouderd) deel van boerderij met vlakke bodem waar graan wordt gedorst
  4. (verouderd) middelen van bestaan
  5. (Jiddisch-Hebreeuws) licht, lamp
Synoniemen
Verwante begrippen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen