neervallen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • neer·val·len
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

neervallen

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
neervallen
viel neer
neergevallen
klasse 7 volledig
  1. te snel naar beneden verplaatsen
    • Je kent het wel: het bordspelletje ‘Wie is het’. Je hebt 24 portretjes, en moet raden welk persoon de ander in gedachten heeft. Door het stellen van ingenieuze vragen – heeft-ie steil haar? ‘Ja’. Een bril? ‘Nee’ – kom je erachter wie het is. Van iedereen die niet in aanmerking komt (want: krullen of kaal) laat je met een heerlijke harde klap het portretje neervallen, tot er nog één persoon fier overeind blijft staan. [1] 
  2. ineenzakken doordat je jezelf niet meer overeind kunt houden
    • Een voorbeeld: Abramović en Ulay, zoals Laysiepen zich noemt, staan naakt in de smal gemaakte deuropening van een galerie of museum. Wie naar binnen wil moet zich tussen hen doorwurmen (Imponderabilia, 1977.) Nog een voorbeeld: Abramović en Ulay rennen tegen elkaar aan, steeds harder, steeds feller, tot ze erbij neervallen (Relation in space, 1976).[2] 
  3. sterven
    • Ook de tragische ondergang van de jaren 60-generatie, wanneer steeds meer muzikanten dood neervallen of wegzinken in depressie, is scherp getroffen. Vooral de ondergang van The Band doet pijn aan je ogen. Woodstock is er nog, en er wordt nog steeds goede muziek gemaakt. Maar de tijden zijn veranderd. Tegenwoordig wordt er fanatiek gecontroleerd op dronken achter het stuur zitten. [3] 
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. NRC Charlotte van ’t Wout 26 januari 2016
  2. NRC Bianca Stigter 4 februari 2017
  3. NRC Bertram Mourits 8 juli 2016