neerpoten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • neer·po·ten
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

neerpoten [1]

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
neerpoten
pootte neer
neergepoot
zwak -t volledig
  1. iets op een bepaalde plaats neerzetten, in het bijzonder het in de grond zetten van planten, meestal gaat het om iets zwaars dat je op een ruwe manier ergens neerzet
    • Vlaams Belang–topman Filip Dewinter vindt dat de vrijheid van godsdienstbeleving geen recht geeft op „het dragen van hoofddoeken of het neerpoten van een moskee op elke hoek van elke straat. Het wordt tijd dat we de radicale islam terugslaan", aldus Dewinter, doelend op Antwerpen–Noord met acht moskeeën binnen 200 meter. [2] 
    • De jurk van prinses Diana (in 1981) werd geschat op 198.000 dollar en die van Kate Middleton (2011) op 514.000 dollar. Prijzen waarvoor je een uit de kluiten gewassen villa voor kan neerpoten, maar die bedragen verdwijnen in het niets bij de jurk van de Spaanse koningin Letizia. [3] 
Synoniemen
73 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Gangbaarheid

Verwijzingen