neerhalen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • neer·ha·len
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
neerhalen
haalde neer
neergehaald
zwak -d volledig

Werkwoord

neerhalen

  1. overgankelijk iets van zijn hoge plaats beroven
    • De hoge schoorsteen van de suikerfabriek in Groningen is neergehaald. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.