neerhalen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • neer·ha·len
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
neerhalen


haalde neer


neergehaald


zwak -d volledig

Werkwoord

neerhalen

  1. (overgankelijk) iets van zijn hoge plaats beroven
    De hoge schoorsteen van de suikerfabriek in Groningen is neergehaald.