neerploffen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • neer·plof·fen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
neerploffen
plofte neer
neergeploft
zwak -t volledig

Werkwoord

neerploffen

  1. (ergatief) gaan zitten door zijn gewicht te laten vallen
    Hij was op de bank neergeploft.
  2. (overgankelijk) met een plof doen vallen
    ..want vorens men zyn party [tegenstander bij het worstelen] ter aarde neergeploft had, wierd niemand gekroont.[1]
Hyperoniemen
Verwijzingen
  1. Lexicon Heiroglyphicum Sacro-Profanum Martinus Koning 1717