omlaag
Uiterlijk
- om·laag
- samenstelling van om en laag [1]
omlaag
- in neerwaartse richting
- De wijzer stond niet omhoog maar omlaag.
- ▸ Daarna voert de wandeling omlaag door een rivierbedding.[2]
- ▸ Het is elf orbits en zestien uur geleden dat ze er op hun weg omlaag voorbij kwamen, en ditmaal strijken ze erlangs in hun weg omhoog, over de arm van Russische eilanden die langs het Oostelijk Gebergte voorbijtrekken, en over de Beringzee.[3]
- bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord
- omlaaghalen: Dat haalde de reputatie flink omlaag.;
- beneden, naar beneden
- Het woord omlaag staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "omlaag" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 100 % | van de Vlamingen.[4] |
- ↑ omlaag op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Ronald Giphart e.a.“Een familie en een Griekse god” (2023), The House of Books, ISBN 9789044366471
- ↑ Samantha Harvey“In Orbit” (2024), De Bezige Bij
, ISBN 9789403135625 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 6
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Bijwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 100 %