neersteken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • neer·ste·ken
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
neersteken
stak neer
neergestoken
klasse 4 volledig

Werkwoord

neersteken

  1. overgankelijk met een mes iemand zo ernstig verwonden dat deze tegen de grond gaat
    • Er was een passagier in het metrostation neergestoken. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.