mate

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ma·te
enkelvoud meervoud
naamwoord mate -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

mate v/m

  1. graad, een hoeveelheid van iets abstracts
    Hij daagde de man in die mate uit dat de man hem sloeg.


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • ma·te
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Noorse zelfstandige naamwoord mat.
Naar frequentie 3919
vervoeging
onbepaalde wijs mate
tegenwoordige tijd mater
verleden tijd matet
mata
voltooid
deelwoord
matet
mata
onvoltooid
deelwoord
matende
lijdende vorm mates
gebiedende wijs mat
vervoegingsklasse Klasse 2 zwak
opmerking

Werkwoord

mate

  1. (overgankelijk) voederen, voeren
    «Vi forsøkte å mate uglen med en mus.»
    We hebben geprobeerd, de uil met een muis te voeren.



Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • ma·te
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Nynorske zelfstandige naamwoord mat.
vervoeging
onbepaalde wijs mate
mata
tegenwoordige tijd matar
verleden tijd mata
voltooid
deelwoord
mata
onvoltooid
deelwoord
matande
lijdende vorm matast
(bijvorm): matas
gebiedende wijs mat
mata
mate
vervoegingsklasse Klasse 1 zwak
opmerking

Werkwoord

mate

  1. (overgankelijk) voederen, voeren
Schrijfwijzen



Spaans

enkelvoud meervoud
mate mates

Zelfstandig naamwoord

mate m

  1. (schaak) mat, schaakmat
  enkelvoud meervoud
mannelijk mate mates
vrouwelijk mate mates

Bijvoeglijk naamwoord

mate

  1. dof, mat

Werkwoord

vervoeging van
matar

mate

  1. aanvoegende wijs eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van matar
  2. aanvoegende wijs derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van matar
  3. gebiedende wijs (bevestigend en ontkennend) derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van matar