dof

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dof
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen dof doffer dofst
verbogen doffe doffere dofste
partitief dofs doffers -

Bijvoeglijk naamwoord

dof

  1. zonder weerschijn, zonder glans (van oppervlakten)
    Na lang poetsen kregen de doffe schoenen hun glans terug.
  2. niet helder en met weinig hoge tonen (van geluiden), maar wel luid
    We horen een dof gerommel in de verte.
  3. lusteloos, futloos, mat, duf
Synoniemen
Antoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen