metgezel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • met·ge·zel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord metgezel metgezellen
verkleinwoord metgezelletje metgezelletjes

Zelfstandig naamwoord

metgezel m

  1. iemand die meegaat op een reis of activiteit
    • Zijn metgezel wist hem voor een ongeluk te behoeden. 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
97 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl