voederen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voe·de·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
voederen
voederde
gevoederd
zwak -d volledig

Werkwoord

voederen

  1. voedsel verschaffen aan dieren
    • De leeuwen worden om drie uur gevoederd. 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.