vriend

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vriend
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘kameraad’ voor het eerst aangetroffen in 1100 [1]
  • Eigenlijk tegenwoordig deelwoord van vrijen (liefhebben).[2]
enkelvoud meervoud
naamwoord vriend vrienden
verkleinwoord vriendje vriendjes

Zelfstandig naamwoord

vriend m

  1. een persoon met wie je een speciale persoonlijke band hebt
    • Mijn vrienden komen op mijn verjaardag. 
  2. de mannelijke persoon met wie je verkering hebt
    • Ik wilde mijn vriend vragen om dit te repareren, maar hij was er niet. 
Synoniemen
Antoniemen
Verwante begrippen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen