regel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: Regel

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·gel
Woordherkomst en -opbouw
  • Ontleend aan het Volkslatijnse *rẹgọla, klassiek regula ("lat, regel").
enkelvoud meervoud
naamwoord regel regels
regelen
verkleinwoord regeltje regeltjes

Zelfstandig naamwoord

regel m

  1. een zin in een tekst
  2. een vers in een gedicht
  3. een voorschrift, richtlijn, norm, standaard
  4. (bouwkunde) een houten lat of rib van een bepaalde afmeting
    • zullen we vandaag het regelwerk aanbrengen, Jan?
      Dan kunnen we daar morgen de gipsplaten op vastzetten
       
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
regelen

regel

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van regelen
    • Ik regel. 
  2. gebiedende wijs van regelen
    • Regel! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van regelen
    • Regel je? 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie