kozijn

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ko·zijn
enkelvoud meervoud
naamwoord kozijn kozijnen
verkleinwoord kozijntje kozijntjes

Zelfstandig naamwoord

[A] kozijn o

  1. (bouwkunde) rand van een raam of deur waar de ruit of de deur in gevat is
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
enkelvoud meervoud
naamwoord kozijn kozijns
verkleinwoord kozijntje kozijntjes

Zelfstandig naamwoord

[B] kozijn m

  1. (familie) zoon van oom of tante
Synoniemen
Vertalingen
Gangbaarheid
99 % van de Nederlanders
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie