Naar inhoud springen

ge

Uit WikiWoordenboek
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: Ge, , , ,
  enkelvoud meervoud
onderwerp voorwerp onderwerp voorwerp
1e persoon ik
'k
mij
me
wij
we
ons
2e persoon
(informeel)
jij
je
jou
je
julliejullie
2e persoon
(formeel)
uuuu
2e persoon
(regionaal)
gij
ge
ugij
ge
u
3e persoon
(mannelijk)
hij
ie
hem
'm
zij
ze
(dat.) hun
(acc.) hen
ze
3e persoon
(vrouwelijk)
zij
ze
haar
'r, d'r
3e persoon
(onzijdig)
het
't
het
't
3e persoon
(genderneutraal)
henhen
Boven: benadrukte vorm. Onder: onbenadrukte vorm
  • ge

ge

  1. tweede persoon enkelvoud- en meervoud. In Nederland verouderd, maar in België in dagelijks gebruik
    • Ge zijt hier welkom. 
     Doet boete, burgers, toont dat gij niet geheel verdorven zijt, dat ge nog niet geheel een prooi zijt van de verlokkingen van Den Boze.[1]
     Een koortsach ti ge vos gemonterd door de rebellie van de muzikanten en haar besluit om met Kerstmis in Amsterdam te blijven, neemt Nella zich de volgende ochtend voor om naar de Kalverstraat te gaan, met de langste brief die ze tot nu toe aan de miniatuurmaakster heeft geschreven.[2]
71 %van de Nederlanders;
73 %van de Vlamingen.[3]
  1. Kruistocht in spijkerbroek” op Wikipedia (1973), Lemniscaat (uitgeverij), ISBN 9789060691670
  2. Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx
    “Het huis aan de gouden bocht” (2014), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789021809526
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
  • ge
stamtijd
infinitief verleden
tijd
supinum
ge
gav
gett
volledig

ge

  1. geven