drukdoend

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • druk·doend
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen drukdoend
verbogen drukdoende
partitief drukdoends

Bijvoeglijk naamwoord

drukdoend [1]

  1. heel actief aan het werk zijnd
    • Het jaar 2017 was Phelix drukdoende met het opmaken van de jaarrekeningen over 2015 en 2016. Verder werden er inspanningen geleverd om weer een ,,normale notering" te krijgen door een geschikte overnamekandidaat te vinden. [2] 
    • Telecombedrijven wereldwijd zijn drukdoende met de uitrol van 5G-netwerken. De verwachting is dat dit voor netwerkbedrijven als Ericsson, maar ook de Finse rivaal Nokia, zeker tot 2020 zorgt voor fors meer werk. Dit zal zich zal doorvertalen in de cijfers. [3] 
    • Sommige mensenrechtenorganisaties bekritiseerden destijds de benoeming van Meng, omdat zijn land drukdoende was Chinezen in het buitenland terug naar China te voeren. [4] 
  2. met teveel uiterlijk vertoon actief bezig zijnd
Synoniemen

Gangbaarheid

88 % van de Nederlanders;
92 % van de Vlamingen.

Verwijzingen