drukloos

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • druk·loos
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van druk met het achtervoegsel -loos
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen drukloos druklozer drukloost
verbogen drukloze druklozere druklooste
partitief drukloos druklozers -

Bijvoeglijk naamwoord

drukloos

  1. zonder druk
    • Na het bedienen van een noodstop dienen de pneumatische bewegingen te stoppen en de installatieomgeving van de bewegingen drukloos gemaakt te worden door luchttoevoer te stoppen en het systeem te ontluchten.  

Gangbaarheid