bijdruk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bij·druk
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bijdruk bijdrukken
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

bijdruk m

  1. een van de volgende oplagen van een gedrukt werk na de eerste oplage
    • Bijdruk: Weinig gangbare bibliografische term voor een nieuwe oplage. De term kan niet gelijkgesteld worden met oplage omdat de eerste oplage van een druk niet als bijdruk betiteld kan worden; dat kan pas vanaf de tweede oplage die bij-gedrukt wordt. [1] 

Werkwoord

vervoeging van
bijdrukken

bijdruk

  1. (in een bijzin) eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bijdrukken
    • ... dat ik bijdruk. 

Gangbaarheid

84 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. G.J. van Bork, H. Struik, P.J. Verkruijsse, G.J. Vis Letterkundig lexicon voor de neerlandistiek(2002) geraadpleegd 26 oktober 2018