bijdruk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bij·druk
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bijdruk bijdrukken
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

bijdruk m

  1. een van de volgende oplagen van een gedrukt werk na de eerste oplage
    • Bijdruk: Weinig gangbare bibliografische term voor een nieuwe oplage. De term kan niet gelijkgesteld worden met oplage omdat de eerste oplage van een druk niet als bijdruk betiteld kan worden; dat kan pas vanaf de tweede oplage die bij-gedrukt wordt. [1] 

Werkwoord

vervoeging van
bijdrukken

bijdruk

  1. (in een bijzin) eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bijdrukken
    • ... dat ik bijdruk. 

Gangbaarheid

81 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. G.J. van Bork, H. Struik, P.J. Verkruijsse, G.J. Vis Letterkundig lexicon voor de neerlandistiek(2002) geraadpleegd 26 oktober 2018
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be