drukte

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • druk·te
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van druk met het achtervoegsel -te.
enkelvoud meervoud
naamwoord drukte -
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

drukte v

  1. het druk zijn, het hebben van veel activiteit van verkeer, mensen
    Het was me daar een drukte!
    Met de drukte van vandaag de dag lijk je nergens meer aan toe te komen.
Synoniemen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
drukken

drukte

  1. enkelvoud verleden tijd van drukken
    Ik drukte.
    Jij drukte.
    Hij, zij, het drukte.