drukte

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

drukte in de stad
Uitspraak
Woordafbreking
  • druk·te
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van druk met het achtervoegsel -te.
enkelvoud meervoud
naamwoord drukte -
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

drukte v

  1. het hebben van veel activiteit van verkeer, mensen
    • Het was me daar een drukte! 
  2. veel dingen te doen hebben, het druk zijn
    • Met de drukte van vandaag de dag lijk je nergens meer aan toe te komen. 
Synoniemen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
drukken

drukte

  1. enkelvoud verleden tijd van drukken
    • Ik drukte. 
    • Jij drukte. 
    • Hij, zij, het drukte. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.