drukken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • druk·ken
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
drukken
drukte
gedrukt
zwak -t volledig

Werkwoord

drukken

  1. (inergatief) kracht uitoefenen op
    Door te drukken tegen de deur zal deze opengaan.
  2. (inergatief) poepen
    De jongen moest nodig drukken.
  3. (overgankelijk) verkort voor afdrukken
    Wil je die folders al laten drukken?
  4. (ditransitief) iemand iets in de handen ~: iemand iets geven of hij nu wil of niet
    Vandaag kreeg ik een agenda in mijn handen gedrukt.
Verwante begrippen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

drukken mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord druk