drukken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • druk·ken
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
drukken
drukte
gedrukt
zwak -t volledig

Werkwoord

drukken

  1. inergatief kracht uitoefenen op
    • Door te drukken tegen de deur zal deze opengaan. 
  2. inergatief poepen
    • De jongen moest nodig drukken. 
  3. overgankelijk verkort voor afdrukken
    • Wil je die folders al laten drukken? 
  4. ditransitief iemand iets in de handen ~: iemand iets geven of hij nu wil of niet
    • Vandaag kreeg ik een agenda in mijn handen gedrukt. 
  5. met je vinger ergens op duwen
    • Hij drukte met zijn wijsvinger op de drukknop van de bel. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

drukken mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord druk

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie