handdruk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hand·druk
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord handdruk handdrukken
verkleinwoord handdrukje handdrukjes

Zelfstandig naamwoord

handdruk m [1]

  1. het drukken of schudden van de hand bij begroeting, felicitatie enz
  2. op een handpers gemaakte afdruk
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen