drukkers

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • druk·kers

Zelfstandig naamwoord

drukkers mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord drukker

Bijvoeglijk naamwoord

drukkers

  1. partitief van de vergrotende trap van druk