Naar inhoud springen

drukker

Uit WikiWoordenboek
  • druk·ker
enkelvoud meervoud
naamwoord drukker drukkers
verkleinwoord drukkertje drukkertjes

dedrukkerm

  1. (beroep) een persoon die afdrukken maakt
    • De drukker had ons een proefdruk gestuurd. 
     Sommige van die spreekwoorden of spreuken, zoals 'Haast u langzaam' (Adagium 1001: 'Festina lente'), dat ook het motto was van de Venetiaanse drukker Aldus Manutius, en 'Aangenaam is de oorlog voor wie hem niet kennen' (Adagium 3001: 'Dulce bellum inexpertis') werden hele essays.[2]
  2. een mechanisme om een jas te sluiten, drukknoop
    • De drukker was beschadigd en daardoor kon de jas niet meer dicht. 
  3. iemand die zich aan zijn plicht probeert te onttrekken

drukker

  1. onverbogen vorm van de vergrotende trap van druk
     Het was bewolkt, drukker dan anders op dit tijdstip want iedereen wilde met droge kleren thuiskomen, ook als dat betekende dat je minder tijd had om in alle rust de tred gade te slaan, je ervan te vergewissen dat het exemplaar dat je op het oog had niet kreupel was, stevig op de poten stond, niet schrikachtig was maar wel alert op de nieuwe omgeving.[3]
100 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[4]