overdruk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

meten van de (over)druk in een autoband
Uitspraak
Woordafbreking
  • over·druk
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord overdruk overdrukken
verkleinwoord overdrukje overdrukjes

Zelfstandig naamwoord

overdruk m

  1. een extra uitgave van een drukwerk dat gelijk is aan vorige uitgaven
  2. (natuurkunde) (figuurlijk) een druk die hoger is dan een referentie waarde
    • Als de komende regering van Nederland een metropool wil maken, wacht haar een ambitieuze agenda. Dan moet ze de extreme overdruk in Amsterdam bedienen met meer hoogbouw, nieuwe voorzieningen en een snelle metro, want in de overdrukzone rond de luchthaven is de vraag naar wonen, werken en vervoer veruit het grootst. [1] 
    • „Intuïtief denken mensen bij aerodynamica vooral aan de invloed stroomafwaarts, maar een bewegend object beïnvloedt ook de lucht vóór zich”, zegt Blocken. Uit de simulaties blijkt dat zowel renner als auto voor zich een overdruk veroorzaken (rood in de beelden). In hun kielzog is juist een onderdruk (blauw), die de fietser achteruit zuigt. [2] 
    • De oorzaak? "Overdruk in de inpandige afvoer in de bovengelegen woningen", zegt eigenaar Rick Viscaal.  "De afvoer kon het vele water niet aan. Dat is wat ik heb gehoord." [3] 
  3. (figuurlijk) te hoge werkdruk
    • Tragisch is dat net nu de nood aan een ‘waakhond’ groter dan ooit is, Unia aan de leiband lijkt te liggen. Bovenop de hoger genoemde politieke en maatschappelijke overdruk kampt het centrum met een kaduuk instrumentarium en onvoldoende zichtbaarheid. Uit een in 2015 door Unia zelf uitgevoerd onderzoek naar de naambekendheid bleek dat ‘75 procent van de ondervraagden eenvoudigweg niet wist waar eerst aan te kloppen om discriminatie te melden of er een vraag over te stellen’. [4] 
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen overdruk overdrukker overdrukst
verbogen overdrukke overdrukkere overdrukste
partitief overdruks overdrukkers -

Bijvoeglijk naamwoord

overdruk

  1. te druk
    • In de debatten en in de media gaat het volop over ‘les territoires abandonnés’ – de in de steek gelaten gebieden. ‘Men concentreert zich in Frankrijk te veel op de metropolen en de grote steden’, zegt Dominique Aguilar, die sinds 2014 burgemeester is. ‘We liggen op 100 minuten van Parijs. Veel dingen die zouden kunnen gebeuren vanwege onze nabijheid met de hoofdstad gebeuren niet, zoals het opvoeren van het aantal treinen en het promoten van telewerk via de installatie van 4G. Het landelijke Frankrijk heeft traditioneel de hoofdstad gevoed. Nu zou er een rechtvaardige retour moeten zijn en zou de overdrukke Parijse metropool zijn dienstenbedrijfjes via telewerk naar hier kunnen delokaliseren. In die zin worden we in de steek gelaten.’ [5] 

Werkwoord

vervoeging van
overdrukken

overdruk

  1. (in een bijzin) eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van overdrukken
    • ... dat ik overdruk. 

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Volkskrant Hemel 17 februari 2017
  2. NRC Bruno van Wayenburg 3 juli 2015
  3. Tubantia 17-08-2017
  4. de Standaard ZATERDAG 22 APRIL 2017
  5. de Standaard ZATERDAG 6 MEI 2017