baancafé

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • baan·ca·fé
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord baancafé baancafés
verkleinwoord baancafeetje baancafeetjes

Zelfstandig naamwoord

baancafé o

  1. café voor vrachtwagenchauffeurs
    • Een gezelschap met één gezicht is volgens de regisseur oninteressant. Daarom maken zij de ene keer volksvermaak als Wilde Lea, over het Vlaamse "baancafé"-leven, en de volgende keer een voorstelling als All for love, begin deze maand in Gent in première gegaan en volgende week voor het eerst in Nederland te zien. [1] 
    • Plus: bij Dolce & Gabbana kwamen ze er mooi mee weg. Jeans op jeans leek ineens iets te hebben. Het beeld van de in slobberachtig jeansjasje en fout afgewassen denimbroek gehesen vrachtwagenchauffeur met bouwvakkersdecolleté aan de toog van een duister baancafé geplakt, leek even uit ons collectief geheugen gewist. Double denim, want zo heet de combinatie van verschillende jeansstukken officieel, kreeg zowaar iets hips, met een vleugje vintage à la James Dean en Grease. [2] 
Synoniemen

Gangbaarheid

47 % van de Nederlanders;
88 % van de Vlamingen.

Verwijzingen