bistro

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Een bistro.
Uitspraak
Woordafbreking
  • bis·tro
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘restaurant met Franse inslag’ voor het eerst aangetroffen in 1979 [1]
  • van Frans bistro
enkelvoud meervoud
naamwoord bistro bistro's
verkleinwoord bistrootje bistrootjes

Zelfstandig naamwoord

bistro m

  1. eetcafé, petit restaurant vaak met een Frans karakter
    • - Een bistro wordt ook wel petit restaurant genoemd. In Nederland spreekt men vaak van een eetcafé, in België en andere landen soms van een taverne. 
    • - Als wij zelf een bistro zouden hebben, zouden wij die De hongerige wolf noemen. Dat is leuk, dan zit je ‘in de hongerige wolf’ en bovendien weet iedereen wel, dat een wolf van lekkere malse hapjes houdt.[2] 

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Chronologisch Woordenboek, Nicoline van der Sijs
  2. Karel en Michiel As NRC 2 februari 2007


Frans

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

bistro m

  1. (spreektaal) kroeg, (eet)café, goedkope eetgelegenheid [1]
Schrijfwijzen
Overerving en ontlening

Verwijzingen