fietscafé

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fiets·ca·fé
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord fietscafé fietscafés
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

fietscafé o

  1. café speciaal geschikt voor fietsers
    • Fietskledingfabrikant Rapha opent zal dit jaar een fietscafé annex winkel openen in Amsterdam. Dat heeft directeur Simon Mottram laten weten in The Telegraph. Het café moet wordt een ontmoetingsplaats worden voor fietsers. Naast een drankje kun je er ook maaltijden krijgen, wielerwedstrijden kijken en fietsartikelen kopen. [1] 
    • Behalve fietscafés zijn er genoeg idyllische plekjes om neer te strijken. Zo is er het Domeinbos Het Broek. Populieren, wilgen, zwarte elzen, hooilanden en vijvers kenmerken Het Broek. We zien er vele soorten watervogels, kikkers en libellen. [2] 
    • Een mooi punt om even tot rust te komen, is tapperij De Zwaan in het centrum van Heeze. Bierliefhebbers komen hier goed aan hun trekken met vele soorten van de tap. Vraag gerust om de bierkaart. Maar je kunt hier halverwege de fietsroute ook goed lunchen. Het is een officieel fietscafé en je kunt hier ook je accu opladen voor de e-bike. [3] 

Gangbaarheid


Verwijzingen

  1. De Telegraaf 29 mrt. 2014 Amsterdam krijgt fietscafé
  2. De Telegraaf 06 okt. 2012 Fietsen voor een pint
  3. De Telegraaf RUTGER VAN DEN HOOFDAKKER 05 apr. 2013 Drie kastelenroute