cafétafel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ca·fé·ta·fel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord cafétafel cafétafels
verkleinwoord cafétafeltje cafétafeltjes

Zelfstandig naamwoord

cafétafel v/m

  1. (meubel) tafel in een café
    • Aan de grote cafétafel zaten de vaste gasten te roddelen over de inwoners van de buurt. 
Synoniemen
  1. stamtafel

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.