dorpscafé

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

dorpscafé in Borne
Uitspraak
Woordafbreking
  • dorps·ca·fé
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord dorpscafé dorpscafés
verkleinwoord dorpscafeetje dorpscafeetjes

Zelfstandig naamwoord

dorpscafé

  1. een uitgaansgelegenheid in een dorp waar dorpsbewoners de belangrijkste bezoekers zijn
    • Waar heb je het tappen geleerd? „In het dorpscafé van De Rips. Daar begon ik op mijn vijftiende als afwasser en later werkte ik achter de bar en in het restaurant.” [1] 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. NRC Margot Poll 10 januari 2017