breuk
Uiterlijk
- breuk
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | breuk | breuken |
| verkleinwoord | breukje | breukjes |
- (wiskunde) de uitkomst (quotiënt) van een deling van twee of meer gehele getallen
- Irrationale getallen zoals pi zijn geen breuk en kunnen ook niet als breuk geschreven worden
- een gebroken gedeelte van een object
- Je kon heel goed de randen van de breuk voelen.
- (geologie) grens tussen twee aardplaten
- ▸ Platentektoniek: De belangrijkste oorzaak van de bevingen zijn verschuivingen van aardplaten. "Het gebied rond Voerendaal ligt in de Roerdalslenk, die wordt begrensd door twee grote breuken waardoor de ondergrond onder druk staat", zegt Evers tegen 1Limburg. "De regio staat tektonisch onder spanning. Die is te herleiden naar het Middellandse Zeegebied, waar vaker aardbevingen en vulkaanuitbarstingen voorkomen."[3]
- beëindiging van een relatie
- ▸ Misschien nog ingewikkelder was het toen het uitging met mijn oudste dochter en haar vriendje......Zij gaf later aan het lastig te hebben gevonden dat ik toen niet thuis was geweest. Ze had het gevoel dat ik daardoor minder goed kon inschatten welk effect de breuk op haar had gemaakt.[4]
- een einde van een periode waarna een nieuw begin begint
- ▸ Dat maakt dat een radicale breuk met het heden, zoals die in een utopische en visionaire politiek wordt voorgestaan, onrealistisch te noemen is.[5]
- ▸ Van een radicale breuk en een nieuw begin, de volgende familiegelijkenis, is in Walden Two voluit sprake.[6]
- ▸ Bij deze utopisch geïnspireerde levensstijl hoorde helaas ook onvermijdelijk het geweld dat hij praktiseerde en propageerde om een totale breuk met de bestaande slechte werkelijkheid en een radicaal nieuw begin tot stand te brengen.[6]
|
|
- zich een breuk lachen
heel erg lachen
1. de uitkomst (quotiënt) van een deling van twee of meer gehele getallen
- Het woord breuk staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "breuk" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 100 % | van de Vlamingen.[7] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ "breuk" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ breuk op website: Etymologiebank.nl
- ↑
Weblink bron “Acht lichte aardbevingen vannacht gemeten in Zuid-Limburg” (Donderdag 8 april 2021, 13:39), NOS - ↑ Tim Voors“Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers

- ↑ Chiel van den Akker“Geschiedenis” (2019), Athenaeum - Polak & Van Gennep
, ISBN 9789025310578 - 1 2 Hans Achterhuis“De erfenis van de utopie” (1998), Ambo/Anthos uitgevers
, ISBN 9026315244 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | breuk | breuke |
breuk
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 5
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 1 lettergreep in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Wiskunde in het Nederlands
- Geologie in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 100 %
- Woorden in het Afrikaans
- Zelfstandig naamwoord in het Afrikaans