zakbreuk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zak·breuk
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zakbreuk zakbreuken
verkleinwoord zakbreukje zakbreukjes

Zelfstandig naamwoord

zakbreuk v/m

  1. (medisch) een vorm van liesbreuk waarbij de inhoud van de buikholte afdaalt tot in het scrotum
    • Een zakbreuk kan erg groot worden. 

Gangbaarheid